De voordelen van een oncologiefysiotherapeut

"Kankerpatiënten trainen anders dan in de sportschool"

“Een jongen van 21 kwam op aandringen van zijn zus bij mij in de praktijk. Hij was in de bloei van zijn leven toen de klap werd uitgedeeld: zaadbalkanker. Stappen, voetballen en werken was er niet meer bij. Dat gaat me aan het hart. Van een gesloten jongen is hij opgebloeid tot een man die er weer zin in heeft én die kan omgaan met de vermoeidheid die met kanker gepaard gaat.”


Aan het woord is Ann Taveirne. Ze heeft een eigen centrum voor Fysiotherapie & Revalidatie in Heerhugowaard. In 2015 rondde ze de 5-jarige studie tot oncologiefysiotherapeut af. “Ik zag dat de grootste gemene deler tussen kankerpatiënten vermoeidheid was. Te moe om een nieuwe behandeling te ondergaan, maar ook achteraf vermoeidheid die het functioneren belemmert. En dan heb ik het nog niet eens over de mentale vermoeidheid. Toen bedacht is me: als ik deze mensen écht wil helpen, de juiste zorg voor hen toegankelijk wil maken, moet ik me specialiseren. Want in deze situatie gaat het veel verder dan trainen.”


Niet tot het gaatje

Ann benadrukt dat bewegen heel belangrijk is voor kankerpatiënten in alle fases van hun ziekte. “Maar trainen is voor hen anders dan in de sportschool. Ze mogen niet tot het gaatje gaan, want dan raak je oververmoeid en loop je blessures op. Daarom houd ik ze goed in de gaten: hartslag, herstel, vorderingen. Kleine stapjes vooruit. Natuurlijk gebruik je steeds een stukje van je buffer om vooruit te komen, maar het wordt geen uitputtingsslag. Als je ziet dat je vooruit komt en minder snel moe bent, geeft dat moed en energie. Mijn cliënten zijn heel trouw, omdat ze merken dat het werkt!”


Bijzondere groepsdynamiek

“Depressief is een groot woord, maar de wereld van de jonge jongen die ik eerder beschreef, was ingestort. Dan is het zaak om tot hem door te dringen, vertrouwen te winnen en tot de kern te komen. Wat heb je nodig? De operatie was al achter de rug, maar er volgde nog een chemotraject. Daar heb ik hem met de groep – ik werk in groepen - doorheen gesleept. Steeds weer sta ik te kijken wat die groepsdynamiek teweeg brengt. Heel bijzonder vind ik dat. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Dus je hoeft niets uit te leggen, je doet samen je eigen oefeningen en er wordt zelfs gelachen en gekletst en er ontstaan vriendschappen.”


Kleine stapjes
“De jongen in mijn praktijk wilde aangepast gaan werken, maar ook heel graag weer voetballen. Ik adviseerde hem gewoon eens zijn gezicht te laten zien en een balletje te trappen. Eerst durfde hij niet, uiteindelijk is hij toch gegaan. Hij werd heel goed ontvangen en is stukje bij beetje weer in het team gekomen. Dat kost tijd, maar levert veel op. Ik heb hem nog een tijdje gevolgd en naar omstandigheden gaat het heel goed met hem. Daar doe ik het voor.”



3 tips van Ann

1

Breng je dag in kaart


Houd voor jezelf bij wat je wel en niet aankunt. Focus op wat je wél kunt. Op die informatie kun je steeds weer terugvallen.

2

Start direct met bewegen


Sport je nauwelijks? Probeer direct na de diagnose te starten met bewegen. Zo kun je alle fases van je behandeling beter aan.

3

20 minuten wandelen


Is trainen een brug te ver voor je? Probeer dan elke dag 20 minuten te wandelen en activeer zo je gelukshormoon.