Het verhaal van Harald

“Ik trek nu vaker mijn eigen plan”

“Mijn vrouw controleert haar borsten op knobbeltjes. Ze vond dat ik mijn ballen regelmatig moest checken. En dat deed ik. Ik had al een tijdje last en bleek een bijbalontsteking te hebben. De antibiotica sloeg niet aan en ik voelde een mini knikkertje. Dat zal vast niet goed zijn, dacht ik en dus ging ik weer naar de huisarts. Voor de zekerheid stuurde hij me door voor een echo.”

Twee dagen later ging Harald (29) nietsvermoedend naar het ziekenhuis. Zijn vrouw had een weekend weg voor de boeg, maar wilde graag mee naar de echo. Toen de echoscopist even wilde overleggen met het ‘hoofd’, wist Harald dat er iets niet klopte. “Zij bevestigde dat er een knobbeltje zat en heeft een afspraak gemaakt bij de uroloog. Nu. Dat is vrij vlot, dacht ik nog.
De uroloog stak het vervolgens niet onder stoelen of banken: we vermoeden dat het zaadbalkanker is en dat moet er zo snel mogelijk uit. Dat is niet iets waar je op ingesteld bent op vrijdagmiddag half vijf”, zegt Harald. Het weekend verliep compleet anders dan verwacht voor het jonge stel.


Het zal wel loslopen

“Verrassend genoeg heb ik van vrijdag op zaterdag wel redelijk geslapen. Ik was zo moe van alle indrukken. De volgende dag zijn we eerst naar Zwolle gegaan voor spermadonatie, want wij hebben een kinderwens. Voor de zekerheid hebben we sperma laten invriezen. ’s Middags stond de operatie op de planning en werd mijn bal verwijderd. In het begin komt het niet binnen, het zal wel loslopen denk je nog. Maar het bleek wel degelijk zaadbalkanker. Gelukkig zonder uitzaaiingen en er was ook geen chemobehandeling nodig.”


Spermadonatie en siliconen ballen
“Je moet opeens over heel grote dingen nadenken. Die kinderwens bijvoorbeeld. Het komt als het komt, zo stonden wij daar in. En als we 35 zijn is dat ook prima. Maar dat was opeens niet meer zo. Ik heb wel drie keer gedoneerd, ook na de operatie, om te checken of mijn zaad nog goed is. Want op een natuurlijke manier kinderen krijgen heeft uiteraard onze voorkeur.

En natuurlijk vraag je je ook af of alles het nog doet en of het invloed heeft op je seksleven. De eerste drie, vier maanden deed alles zeer. Nu werkt alles weer, maar één bal, dat voelt gewoon anders. Vooral als je op de fiets zit. Ik heb daarom wel nagedacht over een implantaat. Maar ik heb het toch niet gedaan. Silicone is lichaamsvreemd materiaal. Dat brengt risico’s met zich mee. Laatst zag ik op tv hoe dat helemaal fout kan gaan.* Blijf er maar vanaf, denk ik nu. Ik heb er zo vrede mee.


*Adviesraadlid Tycho Lock (uroloog / androloog UMC Utrecht) zegt hierover: "20 jaar geleden zijn inderdaad mindere kwaliteit protheses gebruikt die na lange tijd hard(er) werden. Vrijwel altijd kan zo'n oude prothese worden verwijderd en vervangen door een moderne silastic balprothese. Deze protheses hebben een andere vulling dan de borstprotheses die zo negatief in het nieuws zijn geweest. Het komt zeer zelden voor dat een balprothese scheurt. Meestal alleen na een heftig trauma. Tot op heden is nooit aangetoond dat de enkele mannen waarbij dit gebeurde na verloop van tijd hier problemen mee hebben gekregen.”

“Eén bal, dat voelt gewoon anders. Vooral als je op de fiets zit”

Leuke dingen doen en uitrusten
Hoewel de knikker weg is, voelt Harald zich nog wel patiënt. “Ik moet nog elke maand bloedprikken en heb elke vier maanden een scan. Slechts twee weken per maand heb ik er niet mee te maken. Het steeds weer wachten op de uitslagen is best lastig. Bloedprikken vind ik niet zo spannend meer, maar wachten op de CT-resultaat blijft een ding. En het krijgen van kanker heeft me op een manier wel veranderd. Genieten deed ik altijd al, maar ik zeg eerder nee tegen dingen waar ik echt geen zin in heb. Ik studeer HBO small business. Het was de bedoeling in september af te studeren. Dat heeft iets vertraging opgelopen en ik denk nu: volgend jaar is ook prima. Dingen doen die je leuk vindt en rust pakken is nu belangrijker dan sociaal wenselijk gedrag vertonen. Ik trek dan ook vaker mijn eigen plan.”

“Ik merk dat vooral mannen het lastig vinden erover te praten”

Doet alles het nog?

Volgens Harald rust er nog wel een taboe op het woord kanker. “De meeste familie kende alleen de kankervormen waaraan je dood gaat. Gelukkig kon ik vertellen dat het goed geneesbaar is. Toch was de schrik er niet minder om. Het onderwerp doet het niet zo goed op verjaardagen, maar verder praat ik er veel en open over. Ik merk dat vooral mannen het lastig vinden erover te praten. Ze zijn vaak wel benieuwd of ‘alles’ het nog wel doet. Dan kan ik ze geruststellen, maar adviseer ik ze ook hun ballen regelmatig te controleren. Of het hun vriendin laten doen. Je krijgt het tenslotte niet omdat je iets stoms hebt gedaan, het kan iedereen overkomen. Dus laten we daar vooral niet panisch over doen.”