Nieuw onderzoek: Waarom zijn bepaalde kiemceltumoren ongevoelig voor chemotherapie?

Waarom reageert de ene patiënt goed op chemotherapie en de andere niet? Dat was een belangrijke vraag tijdens een recent gepubliceerd internationaal onderzoek van onderzoeksgroepsleider, celbioloog en hoogleraar Translationele Kiemcel-Oncologie en Fertiliteit Leendert Looijenga. Hij deed vanuit het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie onderzoek naar een nieuwe manier om meer informatie uit bloed te halen. Die informatie kan mogelijk helpen om beter te voorspellen hoe patiënten reageren op een zware vervolgbehandeling. Wat betekent deze ontwikkeling voor patiënten? En wat kan deze kennis in de toekomst opleveren?

In vijftig jaar naar 90 procent overlevingskans

“Voor de jaren zeventig waren de vooruitzichten voor patiënten met kiemceltumoren heel desastreus. Bijna al die patiënten gingen dood. Er was geen goede behandeling als de ziekte was uitgezaaid. Toen is cisplatine ontdekt, een veelgebruikt, krachtig chemotherapiemiddel (cytostaticum) dat kanker bestrijdt. Zo zijn we in vijftig jaar van bijna geen overleving naar een overlevingskans van ongeveer 90 procent gegaan. Zelfs als er uitgebreide uitzaaiingen zijn.”

Niet iedereen reageert hetzelfde

“Ongeveer tien procent reageert slecht op cisplatine en die patiënten kunnen we van tevoren niet goed identificeren. Je kunt niet zeggen: deze patiënt reageert goed en deze patiënt reageert niet goed. Op basis van klinische kenmerken kun je wel een algemene inschatting maken, maar niet op individueel niveau.”

Waarom reageert de één wel en de ander niet?

“Wij wilden weten waarom bepaalde kiemceltumoren wel of andere niet reageren op chemotherapie. Want als je dat weet, kun je daar gericht onderzoek naar doen en kun je ook beter in kaart brengen welke patiënten wel of niet gaan reageren.”

Een eerste belangrijke ontdekking

“Jaren geleden hebben we micro-RNA gevonden, kleine stukjes genetisch materiaal die heel waardevol zijn voor het diagnosticeren en opvolgen van patiënten. Die data is heel informatief, want dan weet je of er actieve kanker aanwezig is. Dat kan bij de diagnose zijn, maar ook tijdens de controles daarna. Maar het heeft geen enkele voorspellende waarde voor het onderscheid tussen patiënten die wel of niet reageren op chemotherapie.”

Onderzoek naar afwijkingen in kankercellen

“Daarom wilden we begrijpen waarom bepaalde tumoren ongevoelig worden. We hebben in het laboratorium kankercellen langzaam ongevoelig gemaakt voor chemotherapie. Daar zagen we dat die kankercellen bepaalde chromosomale afwijkingen ontwikkelden. Dat zijn veranderingen in chromosomen, de dragers van erfelijk materiaal in cellen. We zagen bijvoorbeeld afwijkingen op chromosoom 3. Die veranderingen bleken samen te hangen met het niet meer reageren op de behandeling.”

“Zodat we patiënten die niet goed reageren op chemotherapie wél kunnen helpen”

Belangrijk voor patiënten

“De volgende stap was om te kijken welke betekenis dit heeft voor patiënten. We hebben naar patiëntgegevens gekeken en zagen dat dezelfde chromosomale afwijkingen, waaronder veranderingen op chromosoom 3, veel vaker voorkwamen bij patiënten die niet goed reageerden op chemotherapie. Dat kan belangrijk zijn, omdat je uiteindelijk beter wilt kunnen voorspellen welke behandeling voor iemand kans van slagen heeft. Belangrijk daarbij is dat het niet gaat om afwijkingen in het DNA van de patiënt zelf. Het gaat alleen om veranderingen die zijn ontstaan in de kankercellen. Het zit dus niet in alle cellen van het lichaam.”

Informatie halen uit bloed

“Daarna werd het heel interessant. Want je kunt kleine stukjes DNA uit bloed halen die afkomstig zijn van kankercellen. Dat noemen we cell-free tumor DNA, vrij tumor-DNA in het bloed. Je hoeft niet eens precies te weten waar die kankercellen zitten. Je kijkt alleen naar wat ze uitscheiden in het bloed.”

Een mogelijke stap naar betere keuzes

“Toen zagen we dat de hoeveelheid tumor-DNA in het bloed al voorspellend was voor hoe patiënten reageerden op hooggedoseerde chemotherapie. Daarnaast zagen we dezelfde chromosomale afwijkingen terug die we eerder al in de kankercellen hadden gevonden. Dat was een onafhankelijke bevestiging van wat we eerder al hadden gezien.”

Wat betekent dit voor de toekomst?

“Het is wel belangrijk om realistisch te blijven. De standaard chemotherapie werkt ongelooflijk goed en daarom verwacht ik niet dat daar op korte termijn iets in verandert. Het gaat vooral spelen op het moment dat patiënten niet reageren op die eerste behandeling.”

De volgende stap

“Bij patiënten die niet reageren op hooggedoseerde chemotherapie overlijdt ongeveer de helft. Er zijn op dit moment nog geen goede alternatieven. Daarom is het zo belangrijk om beter te begrijpen waarom die tumoren ongevoelig worden. Wij zijn nu ook bezig met onderzoek naar combinatietherapieën. Daarbij combineren we cisplatinum met een andere behandeling. In het laboratorium zien we dat cellen die eerst ongevoelig waren, weer gevoelig worden. Ik ben soms misschien wat naïef en hoopvol, maar ik verwacht wel dat we binnen vijf tot tien jaar veel meer duidelijkheid hebben over hoe we deze kennis kunnen gebruiken in de praktijk. Zodat we patiënten die niet goed reageren op chemotherapie wél kunnen helpen.”

Wil jij ook je verhaal delen?

Neem contact met ons op.

Deel dit artikel

Donateur worden? Meld je hier aan!

Wil jij ook je verhaal delen?

Neem contact met ons op.

Deel dit artikel

Donateur worden? Meld je hier aan!