
Door seksuoloog Lobke Borger
Moet ik vertellen dat ik zaadbalkanker heb gehad?
Mark is 26 en vier maanden geleden rondde hij zijn behandeling voor zaadbalkanker af. Deze zomer ging hij met twee vrienden op vakantie. Zon, terras, biertjes en vooral veel gezelligheid. Precies waar hij aan toe was na maanden waarin zijn leven vooral draaide om onderzoeken, uitslagen, behandelingen en onzekerheden.
Tijdens een gezellige avond in de kroeg raakte hij aan de praat met iemand met wie hij gelijk een klik had, ze flirtten wat en zoenden met elkaar. En uiteindelijk die vraag die niet eens hardop gesteld hoeft te worden: “Gaan we naar jou of naar mij?”
Voorheen had hij daar waarschijnlijk niet zo lang over nagedacht. Nu schieten er ineens twintig gedachten door zijn hoofd. Moet ik vertellen dat ik kanker heb gehad? Wanneer dan? Nu al? Straks pas? Wat als ze ziet dat ik nog maar één bal heb? Wat als ze ervan schrikt? En wat als seks anders voelt dan vroeger?
Want dat laatste merkt hij wanneer hij masturbeert. Zijn lichaam voelt anders, niet per se slecht, maar niet meer zo vanzelfsprekend als voorheen. Wanneer hij zijn penis of bal aanraakt, merkt hij dat die aanraking nog beladen is. Waar aanraken vroeger vooral gekoppeld was aan opwinding en plezier, zitten daar nu ineens ook gedachten, spanning en herinneringen aan kanker tussen. Hij voelt, controleert en denkt dan regelmatig: voelt dit normaal? Is dit anders? Word ik wel opgewonden? Krijg ik een erectie? Blijft die erectie?
En precies daar kan opwinding behoorlijk van in de war raken. Want het is lastig om je over te geven aan seksuele prikkels als een deel van je hoofd ondertussen je lichaam aan het inspecteren is. Je penis is dan ineens niet alleen meer onderdeel van seks, maar ook een plek geworden waar je controleert of alles nog ‘werkt’. En probeer daar maar eens ontspannen opgewonden bij te blijven.
Mark kwam bij mij en vroeg mij als eerste: “Wanneer vertel je dat je zaadbalkanker hebt gehad?”
Het antwoord daarop is: wanneer jíj dat wilt. Dat klinkt afgezaagd, maar is wel het geval. Dat je zaadbalkanker hebt gehad, betekent niet dat je dit meteen hoeft te vertellen aan iemand die je net leert kennen. Je mag zelf bepalen wanneer het goed voelt om iets over je medische voorgeschiedenis te delen. Dat hoeft dus niet direct tussen het eerste geflirt en het tweede drankje door.
Maar er is een verschil tussen iets moeten vertellen en iets willen vertellen omdat het jou helpt. Als jij tijdens het zoenen alleen nog maar kunt denken aan het moment waarop iemand je litteken ziet of ontdekt dat je één zaadbal hebt, kan niets zeggen juist méér spanning opleveren. Dan kan één zin vooraf ontzettend veel ruimte geven. Bijvoorbeeld: “Ik heb pas geleden zaadbalkanker gehad en mis daardoor een zaadbal. Ik ben nog een beetje aan het ontdekken hoe alles nu voelt, dus ik vind dit stiekem best spannend.”
“Maar wat als mijn lijf inderdaad niet reageert zoals ik wil?”, vraagt Mark mij daarna.
Want na kanker wil je niet alleen weten of je lichaam medisch weer functioneert. Je wilt weten of je jezelf nog kunt vertrouwen als seksueel persoon. Word ik opgewonden? Blijft mijn erectie? Voelt een orgasme hetzelfde? Vindt iemand mijn lichaam nog aantrekkelijk? En wat gebeurt er als ik midden in de seks ineens in mijn hoofd schiet?
Dan kan het gebeuren dat je geen erectie krijgt, dat hij weer verdwijnt of dat je vooral bezig bent met controleren: Doet-ie het? Blijft-ie? Voelt het zoals vroeger? Dat kan ontzettend kwetsbaar aanvoelen, maar betekent niet automatisch dat er iets mis is of dat je de ander niet aantrekkelijk vindt. Hoe harder je probeert je lijf te laten bewijzen dat alles nog werkt, hoe moeilijker opwinding vaak wordt. Opwinding laat zich nu eenmaal slecht commanderen.
Je kunt daar zelf al mee oefenen. Probeer tijdens het masturberen de erectie of het orgasme eens niet als doel te zien, maar ontdek opnieuw wat prettig voelt. Begin desnoods met aanraking van andere delen van je lichaam en bouw rustig op naar je penis en bal. Zo kunnen die langzaam weer verbonden raken met plezier en opwinding, in plaats van alleen aan kanker, controle en spanning.
En beland je met iemand in bed? Maak van penetratie niet de eindstreep. Zoenen, aanraken, orale seks of samen masturberen is ook seks. Verdwijnt je erectie? Dan hoeft de seks niet met hem mee te verdwijnen. Je hoeft je lichaam niet eerst volledig te vertrouwen voordat je weer seks kunt hebben. Dat vertrouwen mag juist groeien door nieuwe, fijne ervaringen waarin niet alles hoeft te lukken.
En die ene bal dan?
Voor jou kan die ontbrekende zaadbal symbool staan voor veel meer dan een veranderd lichaam: voor kanker, verlies en onzekerheid. Daardoor ben jij je er waarschijnlijk veel bewuster van dan degene met wie je in bed ligt.
Dat betekent niet dat een ander het niet ziet of er geen vragen over heeft. Maar wat voor jou beladen is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. Ben je benieuwd wat de ander ervan vindt of voelt? Vraag het. Daarmee voorkom je dat je zelf het antwoord alvast invult. In werkelijkheid is de reactie van de ander vaak een stuk minder spannend dan je in je hoofd bedenkt.
Ga vooral lekker flirten, zoenen, aangeraakt worden en ontdekken dat seks niet perfect hoeft te verlopen om fijn te zijn. Misschien vertel je het vooraf, misschien pas als jullie samen in bed liggen of misschien helemaal niet.
De vraag is daarom misschien niet: “Wanneer moet ik vertellen dat ik zaadbalkanker heb gehad?” Maar: “Wat heb ík nodig om me weer vrij genoeg te voelen om iemand dichtbij te laten komen?” Want seksueel herstel gaat niet alleen over wat je lichaam weer kan, maar ook over weer even kunnen vergeten dat je patiënt bent. Al is het maar voor één nacht.
De naam Mark is gefingeerd. Het verhaal is echt en wordt met zijn toestemming gedeeld.