Het ervaringsverhaal van:

Wesley Klop

Het door Wesley zelf geschreven ervaringverhaal, als onderdeel van zijn verwerkingsproces:

“Aan je eigen moeder vertellen dat je kanker hebt, is ongekend zwaar”

Mijn naam is Wesley Klop (22) en op 2 januari 2020 kreeg ik de diagnose zaadbalkanker. Mijn leven stond opeens compleet stil. Maandenlang heb ik moeten knokken om te kunnen blijven leven, maar het is mij gelukt. Daar ben ik ongelooflijk trots op en daarom wil ik mijn verhaal graag delen.

"Ik was alleen toen ik het slechte nieuws te horen kreeg. Aanvankelijk stond er die dag slechts een echo gepland, maar er bleek al snel iets mis te zijn. De radioloog verwees mij direct door en na een fietstocht van een uur bevond ik mij opeens op een andere locatie van het ziekenhuis op de afdeling urologie. Ik was doodsbang. Enkele weken daarvoor was ik nog langs de huisarts gegaan, omdat ik een raar, onaangenaam bultje had ontdekt, dat gepaard ging met een lichte steek in mijn buik. Echter kon hij mij niet vertellen wat het was. Uiteindelijk kreeg ik van de uroloog het verlossende antwoord. Hij vertelde mij wat ik ondertussen al vreesde: ik had zaadbalkanker. Op dat moment stopte de wereld met draaien. De adrenaline gierde door mijn lichaam. De depressie, waar ik al ruim een jaar lang last van had, verdween op de achtergrond. Ik was in shock. Ik zat in overlevingsstand. Ik was hyperalert en tegelijkertijd voelde ik helemaal niks meer. De bal zou meteen de volgende ochtend operatief worden verwijderd. Dat was de tweede klap. Een paar dagen wachten zodat ik het nieuws kon laten bezinken was écht niet mogelijk, verzekerde de uroloog mij. 'Dat is pech, bal weg,' grapte ik nog tegen hem, totaal niet beseffend wat er ging gebeuren. Enkele minuten later stond ik weer buiten.

Steun Op de terugweg kwam de ernst van de situatie in vlagen binnen, maar de gevoelloosheid nam uiteindelijk weer de overhand. Eenmaal thuis aangekomen zag ik al meerdere gemiste oproepen van mijn moeder, die ondertussen ongerust was geworden. Voor zover zij wist, had ik alleen een afspraak voor een echo gehad. Het was het moeilijkste telefoongesprek dat ik ooit heb moeten voeren. Aan je eigen moeder vertellen dat je kanker hebt, is ongekend zwaar. Ik heb het dan ook geen seconde droog kunnen houden en zij evenmin. Het was geen lang gesprek, maar ik voelde mij wel enorm gesteund toen ik eenmaal ophing. Meer support vond ik in die periode bij mijn huisgenoten en vrienden in de vorm van cadeautjes, kaartjes en fijne gesprekken. Ik stond er niet alleen voor. Dat was duidelijk. De volgende ochtend werd ik door mijn ouders naar het ziekenhuis gebracht. Ik was vrij snel aan de beurt en was diezelfde middag al weer thuis. Een CT-scan en drie bloedonderzoeken moesten uitwijzen of de kanker helemaal uit mijn lichaam was verdwenen. Het wachten op de uitslag was zenuwslopend. Toen ik uit het niets opgebeld werd door de assistente van de oncoloog om mijn afspraak een paar dagen naar voren te schuiven, wist ik eigenlijk al dat er nog meer slecht nieuws aan zat te komen. Echter had ik nooit verwacht dat het zó erg zou zijn.

Het kómt goed Ik hoor het de oncoloog nog zeggen: 'Het kómt goed.' Met de nadruk dus op komt en niet op goed. Alhoewel ik een goede prognose had gekregen, was het vooruitzicht allesbehalve positief. De kanker was uitgezaaid naar een lymfeklier en om weer beter te worden, moest ik vier zware chemokuren ondergaan. Het nieuws kwam nauwelijks binnen. In hetzelfde gesprek gingen we langs alle mogelijke bijwerkingen van de chemotherapie. Pas bij het kopje ‘haaruitval’ kwam het besef dat ik ziek was heel even naar de voorgrond. In een flits, alsof ik de toekomst had gezien, zag ik mezelf als een kale, zwakke man aangesloten op een infuus in een ziekenhuisbed liggen. Het standaardbeeld van een kankerpatiënt had opeens mijn eigen gezicht gekregen. Het was té confronterend en verdween meteen weer diep in mijn onderbewustzijn.

Foto 1: Ik met kale hoofd "Kaal worden viel mij eigenlijk ontzettend mee. Achteraf vind ik het bijna lachwekkend dat ik me daar druk om heb gemaakt."

Helse chemo De chemokuren heb ik als een hel ervaren. Fysiek en mentaal takelde ik enorm af. Vooral de tijd in het ziekenhuis viel mij erg zwaar. Elke kuur werd toegediend in vijf lange dagen, waarvan ik de eerste twee nog wel kon verdragen. Vrienden en huisgenoten mochten dan langskomen en ik ging af en toe wandelen door de gangen. In de drie dagen erna lag ik aan m’n bed gekluisterd en kwam ik er alleen uit om naar de wc te gaan of om te kotsen. Meer kon ik niet doen. Als ik niet in het ziekenhuis lag, was ik bij mijn ouders. Mijn studentenhuis, waar ik al ruim twee jaar woonde, heb ik drie maanden moeten verlaten. Het was geen geschikte plek voor iemand met een verzwakte weerstand. Al helemaal niet in coronatijd. Alhoewel ik het zonder de goede zorg van mijn ouders nooit overleefd had, vond ik het erg moeilijk om niet in m'n eigen huis te zijn. Tussen de ziekenhuisopnames door heb ik alle mogelijke bijwerkingen van de chemo’s voorbij zien komen. Van de drie maanden waarin ik de therapie onderging, ben ik bij elkaar opgeteld een derde van de tijd kotsmisselijk geweest. Ik verloor mijn smaak en zelfs mijn zicht ging achteruit. Mijn depressie gooide nog meer roet in het eten. Mentaal bevond ik mij in een diepe, uitzichtloze put. Tijdens de laatste twee kuren mocht ik geen bezoek meer krijgen vanwege corona. Dat hielp ook zeker niet mee.

Foto 2: Ballon met infuus "Om te vieren dat de laatste spoelzak was aangesloten, kreeg ik van de verpleegkundige een ballon."

Traumaatje rijker Na de chemo was de uitzaaiing in mijn lymfeklier veranderd in goedaardig kankerweefsel. Echter had het wel de potentie weer kwaadaardig te worden. Het moest er dus uit. Een zware operatie volgde en in de nacht daarop werd ik om twee uur wakker van een extreme pijn. Ik kon mijn vers gehechte wond en mijn darmen die weer op hun oude plek gingen liggen duidelijk voelen. Pijnstillers hielpen niet. Ik heb die nacht meerdere keren gedacht dat ik dood zou gaan, dat ik inwendig aan het doodbloeden was of dat ik zou komen te overlijden aan een overdosis verdovingsmiddelen. En ik had daar vrede mee. Zover was ik. Zó reëel was het idee dat ik daar, op dat ziekenhuisbedje in die donkere kamer, zou sterven. In totaal heeft het zeven uur geduurd tot de pijn weer onder controle was. Pas om 9 uur ’s ochtends was deze nachtmerrie voorbij. Uiteindelijk heeft er een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden, waarna DNA-onderzoek is uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat morfine en andere pijnstillers door een genmutatie en een gebrek aan bepaalde enzymen bij mij minder goed werken. Ik heb daardoor meer medicatie nodig dan andere mensen, wat verklaard waarom ik zoveel pijn heb gehad. Ik was onvoldoende verdoofd. Gelukkig is dat nu bekend en zal ik dit nooit meer hoeven mee te maken.

Wakker geschud Aan die helse nacht heb ik PTSS overgehouden en daarnaast is mijn depressie ook nog steeds niet voorbij. Sinds kort ben ik begonnen bij de psycholoog om hier hard aan te werken en gaat het steeds beter. Het einde van al deze ellende is nu écht in zicht. Deze laatste loodjes zijn niks vergeleken met de chemo’s, dus ik ben hoopvol over de toekomst. Kanker krijgen heeft mij als het ware wakker geschud. Ondanks dat het een tragische periode is geweest, ben ik blij met wat ik ervan heb geleerd. Ik weet nu op welke vrienden en familieleden ik kan rekenen als het even niet meer gaat, als ik afleiding nodig heb of juist een goed gesprek. Daarnaast ben ik zelfverzekerder geworden, ambitieuzer en meer vastberaden dan ooit om écht wat van mijn leven te maken. Ik heb een ongekend groot doorzettingsvermogen bij mijzelf ontdekt en die ga ik gebruiken ook. Er is niets wat mij ooit nog klein zal krijgen."

"Ik stond er niet alleen voor. dat was duidelijk."

"Pas bij het kopje ‘haaruitval’ kwam het besef dat ik ziek was heel even naar de voorgrond."

"Er is niets wat mij ooit nog klein zal krijgen."