3 vragen aan Djajant Hanenberg, campagnemaker

“Ik zet me belangeloos in om dit taboe onder mannen te doorbreken”

We hebben al een aantal keer iets losgelaten over een unieke bewustwordingscampagne rond zaadbalkanker die binnenkort live gaat. Achter de schermen wordt druk gewerkt, gepland, gefilmd en gedacht over de juiste uitingen, de beste timing en de boodschap die we willen uitdragen. Djajant Hanenberg (links op de foto) van creatief bureau HanenbergSpapé geeft een update.

Wanneer is de bal gaan rollen?

“Mijn creatief partner Kris Spapé en ik kiezen elk jaar een goed doel uit de hoge hoed en bedenken daar een campagne voor. Geheel in onze eigen tijd doen we dat. Het moet wel een organisatie zijn die zelf het budget niet heeft om een goede boodschap te verkondigen. Met ons idee gaan we naar de betreffende organisatie. Zo kwamen we twee jaar geleden al bij Ivo Struik terecht. Toen was de timing niet goed, maar ons idee vond hij tof. Gelukkig heeft hij ons vorig jaar gebeld om te vragen of we nog wilden meewerken. Ik weet inmiddels steeds meer over zaadbalkanker. Ik wist bijvoorbeeld niet dat ik zelf in de doelgroep (18-35 jaar) zit. Een reden te meer om me in te zetten en met elkaar dit taboe te doorbreken.”

Kun je iets meer vertellen over het idee achter de campagne?

“We kennen allemaal Pink Ribbon. En ook het ‘voelen’ aan de borsten om eventuele knobbeltjes te ontdekken, is voor veel vrouwen heel gewoon. Maar als je het daar met mannen over hebt, ontstaan vaak heel gekke situaties. Toch voelen wij ook, maar zonder specifiek doel. Die handeling was ons uitgangspunt. We bedachten ons dat we dat in de supermarkt ook doen als we fruit beoordelen. Zo is het idee van de kiwi-campagne ontstaan. Check je kiwi’s: net als dat, maar dan daar beneden. Die luchtige invalshoek zal meer gesprekken opleveren, dan een angstaanjagende boodschap. Daarvan zijn we overtuigd.”

Wat is jouw eigen motivatie om zoveel tijd te stoppen in deze campagne?

“Ik wist dus niet dat ik in de doelgroep val. Maar nu ik dat weet heb ik nog meer de neiging om me volledig in te zetten om dit taboe te doorbreken. Het is iets waar ik en mijn leeftijdsgenoten zich zorgen om moeten maken. Maar eigenlijk wil je het ook liever vergeten. Ik heb het er nu regelmatig over met vrienden. Als ik dan hoor dat zij weer mannen kennen die het gehad hebben, weet ik weer waarom we dit doen. Door mijn creativiteit in te zetten kunnen we straks veel mensen bereiken. Dat is me een hoop waard.”