Het ervaringsverhaal van Mary Meesters, moeder van een ex-zaadbalkankerpatiënt

“Een tweede zoon met kanker, dat zal toch niet?”

Kinderen met kanker, dat is een combinatie van woorden die je liever niet in één zin gebruikt. Laat staat in één gezin. Mary en haar man hebben drie zoons, waaronder een eeneiige tweeling. Een van hun tweelingzoons bleek op vierjarige leeftijd spierweefselkanker te hebben. Dat kwam tot uiting in de teelbal. Toen haar jongste zoon op 17-jarige leeftijd onder de douche vandaan kwam met een knikker in zijn bal, was Mary toch niet direct in paniek. Hoe groot is de kans nou dat je binnen je gezin twee keer op dezelfde plaats met kanker te maken krijgt?

“Hoewel ik niet direct in paniek was, besloot ik Morris toch mee te nemen naar de huisarts. ‘Laat van de week maar een echo maken’, was het advies. Blijkbaar vertrouwde de in eerste instantie luchtig reagerende huisarts het toch niet. Want we waren nog niet thuis, of het ziekenhuis belde dat we meteen konden komen. Het was al snel duidelijk dat het om teelbalkanker ging. De volgende dag is hij geopereerd.”

Déja-vu Mary had een déja-vu, toen dezelfde arts haar zoon bleek te opereren die jaren geleden ook de operatie van haar andere zoon had gedaan. “Morris was toen net geboren, dus die heeft daar nooit veel van meegekregen. Hij wist wel dat zijn broer kanker had gehad, maar wat dat inhoudt, geen idee. Ik weet nog dat Morris heel zenuwachtig was. Hij was nog nooit in het ziekenhuis geweest. Gelukkig was het zaterdag en mochten we meteen bij hem op de uitslaapkamer. Ik vond het heel heftig om dit wéér mee te maken. Maar Morris had geen pijn en was na de operatie heel relaxed. Daarna kwam het besef. Het is kanker, de bal is eruit. Dat heeft er echt ingehakt.”

“Met de geschiedenis van mijn andere zoon in het achterhoofd heeft hij ons direct naar de Daniël Den Hoed Kliniek doorgestuurd.”

Haarverlies heeft impact “De dokter in Breda wist niet zeker of er sprake was van uitzaaiingen. Met de geschiedenis van mijn andere zoon in het achterhoofd heeft hij ons direct naar de Daniël Den Hoed Kliniek doorgestuurd.” In dit onderdeel van het Erasmus MC kwam het gezin terecht bij verpleegkundig specialist en voormalig adviesraadlid Martine Folsche.” Zij heeft ons heel goed begeleid. Morris heeft een aantal BEP-kuren gehad, om naast een kleine uitzaaiing meer ellende uit te sluiten. Aan de ene kant was hij direct heel strijdvaardig: dit ga ik winnen, mam. Maar aan de andere kant was er ook verdriet. De twee oudere mannen waarmee hij op een kamer lag in het ziekenhuis hebben hem door de behandelingen heen getrokken. Voor mij was er ook veel verbazing: hoe kan mijn zoon die nooit ziek is, nu opeens niet meer in staat zijn een tandenborstel vast te houden? Ik vond dat heel heftig om te zien.” Toch heeft Morris dit niet als een supernare periode ervaren, achteraf. Mary: “Zijn vrienden hebben hem veel opgezocht. Hij kon ook Martine dag en nacht bellen. Zo voelde hij zich Morris en geen nummer. Maar de chemo hakte er wel in hoor. Want 17 jaar en je haar verliezen, dat is op die leeftijd wel van impact hè?”

We gaan dit winnen, he? “Voor mij als moeder was het dus extra heftig, omdat ik het al eerder heb meegemaakt met mijn andere zoon. Destijds verbleven we regelmatig in het Ronald McDonald Huis tijdens behandelingen. Morris wist precies wat kanker is. Het meest pijnlijk vond ik de opmerkingen van leeftijdsgenoten die niet wisten wat er speelde. We wonen in een relatief klein dorpje. Dan hoorde je weer iemand roepen: ‘Wat dacht je: heeft je moeder een tondeuse gekocht?’ En op het voetbalveld wordt er veel gescholden met kanker. De eerste jaren was dat wel een drama. Zodra het werd geroepen, vloog de vriendengroep op de roeper af. Nu ze iets ouder zijn, weten ze: jullie zijn niet wijzer om daarmee te schelden.” “Ook als gezin zijn we er eigenlijk alleen maar weer sterker uit gekomen. Ook deze keer. De oudste twee vormden een front, namen hun broertje in bescherming tegen de buitenwereld. De spirit van ‘we gaan dit winnen’ overheerste het verdriet en de narigheid. Zo stond Morris er ook in. Dat maakte het voor ons als ouders ook makkelijker om mee om te gaan.”

”Voor Morris was dat bezoek natuurlijk ook heel gek. Wie denkt er nu op deze leeftijd aan kinderen krijgen.”

Zaad invriezen op je 17e Voor Morris hielden Mary en haar man hun emoties grotendeels verborgen. “Hij zal ons verdriet heus opgemerkt hebben, maar we probeerden ook heel sterk voor hem te zijn. Als ouders wil je zoiets niet meemaken met je kinderen, laat staan twee keer. Stel je voor, je gaat met je 17-jarige zoon naar de vruchtbaarheidskliniek. Ik zag mensen kijken: kijk wat een oude doos, met zo’n jonge gast. Voor Morris was dat bezoek natuurlijk ook heel gek. Wie denkt er nu op deze leeftijd aan kinderen krijgen. Maar aan de andere kant, onze oudste heeft die mogelijkheid nooit gehad. Morris was daarom ook heel stellig: ik ga dit doen. Dat gold ook voor zijn wens om een prothese te plaatsen. In eerste instantie is dat onderwerp nooit ter sprake gekomen. Martine wees ons op de mogelijkheid. ‘Nu ben ik weer gewoon Morris’, zegt hij achteraf.”

Rennen voor kanker Inmiddels is de jongste zoon van Mary 24 jaar. “In mei is het 6 jaar geleden. Het is al die tijd een heel bespreekbaar onderwerp geweest. Geen taboe. Ook zijn voetbalvrienden zijn bij ons thuis geweest na de operatie en Morris heeft ze gezegd dat ze niet alleen met hun ballen moeten spelen, maar ook moeten checken. Net zoals vrouwen hun borsten checken. Hij staat nu wel anders in het leven. Hij werkt en sport, maar heeft nog geen partner. Ik zie weleens scharrels voorbij komen, maar hij is nog niet toe aan vastigheid. Hij wil vooral genieten en geef hem eens ongelijk! Hij is nu officieel genezen verklaard, maar wij zien wel dat hij bijvoorbeeld snel spierblessures heeft. Zelf wil hij daar niet veel over praten, maar ik weet dat het door de chemotherapie kan komen. Aan de andere kant: hij heeft onlangs de marathon van Rotterdam gelopen voor Ren voor kanker. Dat was voor hem een soort afsluiting van de kankerperiode. Nu is het gewoon weer een jonge vent van 24. Gelukkig weet ik nu dat er nog een AYA-poli is om op terug te vallen als hij last krijgt van late effecten.”

“Er is geen tijd om na te denken als je kind kanker heeft. Je staat meteen in de overlevingsstand.”

Gestraft voor het leven Mary is blij dat ze inmiddels weer uit de sneltrein is gestapt. “Er is geen tijd om na te denken als je kind kanker heeft. Je staat meteen in de overlevingsstand. We zijn wel heel blij dat we direct zijn doorgestuurd naar Rotterdam voor de juiste expertise. Wat ik zelf wel heel jammer vind, is dat wij, maar vooral onze kinderen hun leven lang met kanker geconfronteerd blijven. Ze willen straks een huis kopen, kinderen krijgen. Wil je verzekeringen of een hypotheek afsluiten, dan voelt het voor mij alsof ze hun leven lang gestraft worden voor iets waar ze niets aan konden doen. En dat vind ik als moeder moeilijk te verkroppen. Wat ze ook doen, ze blijven ex-kankerpatiënt. Als ik daar iets aan kon veranderen, dan zou ik het doen.”