Op het internationale ASCO-GU-congres (een congres over urologische kankers) afgelopen februari werd gesproken over nieuwe bloedtesten. Die kunnen mogelijk beter voorspellen of er bij zaadbalkankerpatiënten nog verborgen kankercellen aanwezig zijn. Die kennis kan artsen in de toekomst helpen bij moeilijke keuzes, zoals de vraag of iemand extra behandeling nodig heeft of juist niet. Internist-oncoloog prof. dr. Ronald de Wit denkt dat er nu nog niets verandert voor patiënten. Maar de ontwikkelingen kunnen op termijn wel belangrijk worden.
Lastige keuzes bij zaadbalkanker
“Bij de behandeling van zaadbalkanker hebben we heel vaak de onzekerheid of er nou wel of niet nog vitaal kankerweefsel aanwezig is. Bijvoorbeeld na chemotherapie, als er op een scan nog iets zichtbaar is. Dan zie je bijvoorbeeld een restafwijking in de long of in de lymfklieren achter in de buik. Maar wat is dat precies? Het kan littekenweefsel of goedaardig weefsel zijn. Maar het kan ook zijn dat er nog echt kanker zit.”
Een zware operatie die misschien niet nodig is
“Dat maakt keuzes lastig. Als er nog kanker zit, wil je dat natuurlijk verwijderen. En ook goedaardig weefsel, een matuur teratoom, kan later problemen kan geven. Dus dat wil je vaak liever weghalen. Maar het kan ook zijn dat je opereert en uiteindelijk alleen littekenweefsel vindt. Zo'n operatie is best zwaar. Dus je wilt voorkomen dat iemand zo'n ingreep krijgt terwijl dat achteraf niet nodig blijkt.”

“Ik denk dat deze ontwikkelingen uiteindelijk vooral kunnen helpen bij moeilijke keuzes”
Verborgen uitzaaiingen
“Ook bij stadium 1 zaadbalkanker speelt onzekerheid een rol. Je opereert iemand, je ziet op de CT-scan eigenlijk niets en je kiest voor waakzaam wachten. Maar toch zien we later soms uitzaaiingen ontstaan. Die uitzaaiingen waren er vaak al, alleen waren ze nog zo klein dat je ze op een scan niet kon zien.”
De huidige bloedtesten hebben grenzen
Artsen gebruiken nu al bloedtesten zoals HCG en AFP. Veel patiënten herkennen die namen waarschijnlijk. “Dat zijn stofjes die door zaadbalkankercellen gemaakt kunnen worden en die we in het bloed kunnen meten. Maar daar zit een beperking aan. Kankercellen maken die stofjes niet altijd aan. Dus het is wel een signaal, maar het is ook geen signaal waar je volledig op kunt vertrouwen.”
Een nieuwe bloedtest
Onderzoekers kijken daarom naar andere manieren om informatie uit bloed te halen. “Als kankercellen kapotgaan, komen kleine fragmentjes vrij in het bloed. Dat kunnen stukjes RNA of DNA zijn. Een van die nieuwe testen kijkt naar micro-RNA 371. Dat is een RNA-fragment dat heel specifiek is voor zaadbalkanker. Als dat in het bloed zit, dan weet je eigenlijk dat er iets zit. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Het lijkt betrouwbaarder dan scans of de huidige bloedmarkers.”
Nog niet klaar voor de praktijk
“Voor patiënten zal deze test op dit moment nog geen directe voordelen hebben. We moeten echt nog bewijzen dat het klopt. Er moet een tweede studie komen die deze resultaten bevestigt. Daarnaast moet ook duidelijk worden hoe de test precies uitgevoerd moet worden. En we moeten standaardiseren hoe je zo'n test gebruikt.”
Wat kan dit in de toekomst betekenen?
“Ik denk dat deze ontwikkelingen uiteindelijk vooral kunnen helpen bij moeilijke keuzes. Het gaat uiteindelijk om de vraag: wie heeft echt een aanvullende behandeling nodig en wie niet? Daarmee kan mogelijk ook overbehandeling worden voorkomen. De meerwaarde is dat het misschien een betere voorspeller wordt dan een scan of HCG en AFP. Maar uit onderzoek zal moeten blijken welke test uiteindelijk de beste voorspeller blijkt.”
